Warning: Creating default object from empty value in /home/harmke/domains/753bc.nl/public_html/wp-content/themes/deliciousmagazine/functions/admin-hooks.php on line 160

De oudste geschiedenis van wat je dagelijks eet!

Kaas kwam waarschijnlijk voor het eerst voor in het Nabije Oosten in het Neolithicum. In het Neolithicum is immers de periode waarin landbouw werd uitgevonden, waardoor steeds meer volkeren hun traditie van jagen en verzamelen beëindigden en zich op één plaats begonnen te vestigen. Deze volkeren leefden vanaf dat moment niet meer van de jacht en van hetgeen dat ze tijdens het verzamelen hadden gevonden, maar van zelf verbouwde gewassen en van hetgeen dat het gedomesticeerde vee voortbracht.  Het melk dat boeren uit het Neolithicum verkregen van hun vee was waarschijnlijk in eerste instantie voor eigen gebruik bestemd. Er zijn echter ook bewijzen gevonden waaruit blijkt dat melk vervoerd werd en mogelijk voor handel gebruikt werd. Tijdens deze transporten is waarschijnlijk de kaas ontdekt. De melk werd in die periode namelijk vervoerd in de gedroogde organen van dit vee. Deze organen bevatten van nature stremsel dat op zijn beurt weer het enzym chymosine bevat. Wanneer chymosine bij een hoge temperatuur in aanraking komt met melk ontstaat er wrongel. Dit proces heeft plaats gevonden toen de melk door de woestijn vervoerd werd. De kaas die destijds ontstond was witkleurig en veel slapper dan onze tegenwoordige kazen, die eerst nog in een pekelbad worden gedompeld voordat het gegeten wordt.

Ook in Europa begon men al vroeg kaas te maken. Zowel de Minoïsche beschaving (circa 3300 tot 1450 v.Chr.) en de Myceense beschaving (circa 1400 tot 1100 v.Chr.) kenden al kaas en wisten ook hoe het gemaakt moest worden. Waarschijnlijk de oudste literaire verwijzing uit Europa naar het maken van kaas is afkomstig van de Griekse dichter Homeros. Zo schreef Homeros toen Odysseus tijdens zijn reis van de Trojaanse oorlog terug naar Ithaka aankwam bij het eiland van de Kyklopen het volgende1:

ἑζόμενος δ᾽ ἤμελγεν ὄις καὶ μηκάδας αἶγας, πάντα κατὰ μοῖραν, καὶ ὑπ᾽ ἔμβρυον ἧκεν ἑκάστῃ. αὐτίκα δ᾽ ἥμισυ μὲν θρέψας λευκοῖο γάλακτος πλεκτοῖς ἐν ταλάροισιν ἀμησάμενος κατέθηκεν ἥμισυ δ᾽ αὖτ᾽ ἔστησεν ἐν ἄγγεσιν, ὄφρα οἱ εἴη πίνειν αἰνυμένῳ καί οἱ ποτιδόρπιον εἴη.

“Hij ging zitten en molk de schapen en blatende geiten, alles naar behoren, en onder ieder plaatste hij een jong dier. Meteen nadat hij de helft van de witte melk had gestremd plaatste hij die in stevige gevlochten manden. De andere helft plaatste hij in vaten, opdat het er voor hem was om te drinken, wanneer hij ervan wilde nemen en opdat het voor hem nuttig was bij het eten”

Het was de dichter Pindaros (522 v.Chr. – 443 v.Chr.) die in een van zijn werken beschreef hoe de mensen aan de kennis van het maken van kaas was gekomen. Pindaros schreef dat de zoon van de Griekse god Apollo en Kyrene meteen na zijn geboorte werd afgestaan aan een groep nymfen. Zij gaven de jongen drie namen: Nomios, Argeus en Aristaios (het was uiteindelijk deze laatste naam waaronder hij later bij de Grieken bekend werd)  en voedde hem op. Hierbij leerde hij onder andere hoe hij olijfbomen moest verbouwen en bijenkorven moest maken, maar ook de kunst van het maken van melk. Toen Aristaios zelf volwassen was, leerde hij het vervolgens aan de mensen.

Ook bij de Romeinen werd kaas gegeten. De auteur Lucius Junius Columella schreef al in de eerste eeuw n.Chr. een groot werk over de Romeinse landbouw. Daarbij wijdt hij een heel hoofdstuk over het maken van kaas: De Caseo Faciendo 2

Toch zullen veel Nederlanders wanneer men denkt aan kaas niet snel denken aan Griekse en Romeinse wrongel. Waarschijnlijk denkt men meteen aan hetgeen wat elke ochtend op hun boterham ligt en aan de oude kazen die liggen te rijpen in traditionele pakhuizen. De geschiedenis van deze kaas dateert ongeveer uit de middeleeuwen. Maar ook ver daarvoor werd in Nederland al kaas gemaakt. Het was de Romeinse generaal en dictator Julius Caesar merkte in de eerste eeuw v.Chr. al op dat de Germanen in het gebied dat tegenwoordig Nederland heet niet leven van de akkerbouw, maar juist van datgene wat vandaag de dag nog door vele Nederlanders dagelijks wordt gegeten3:

<Germani> agriculturae non student, maiorque pars eorum victus in lacte, caseo, carne consistit

“De Germanen legden zich niet toe op akkerbouw, het grotere deel van hun voedsel bestond uit melk, kaas en vlees”

 

Met dank aan kaaskenner Vera Smith

__________

1 Homeros, Odysseia, 9.244 – 249
2 Columella, De Re Rustica, VII. 8
3 Caesar, De bello Gallico, VI. 22 

Tags: , ,

Nog geen reacties

Laat een reactie achter