Categorieën
Achter het nieuws

Geschiedenis van kentekens in Nederland

Op 26 april 1889 werd in Nederland het eerste kentekenbewijs uitgegeven. De kentekenplaten bestonden uit witte cijfers op zwarte achtergrond of zwarte cijfers op een witte achtergrond. Het laatste nummer dat uitgegeven werd was 2065.

Vanaf 1906 werd een nieuw systeem gebruikt. De chauffeur moest vanaf dat moment een rijbewijs en een nummerbewijs bij zich hebben. Deze nummerbewijzen waren gekoppeld aan een provincie.

  • A : Groningen
  • B : Friesland
  • D : Drenthe
  • E : Overijssel
  • G, GZ, GX : Noord-Holland
  • H, HZ, HX : Zuid-Holland
  • K : Zeeland
  • L : Utrecht
  • M : Gelderland
  • N : Noord-Brabant
  • P : Limburg
  • R : Departementen

In 1951 werd er voor het eerst een landelijk systeem uitgegeven. Zodra de combinaties van een kenteken verbruikt is, komt er een nieuwe ‘sidecode’.

Op dit moment werkt men met de 8e kentekencombinatie waarbij 1 cijfer – 3 letters en 2 cijfers gebruikt worden. De eerste kenteken werd op 5 maart 2014 uitgegeven. Sommige letters niet- of voor andere weggebruikers gebruikt worden, daardoor zijn de kentekencombinaties niet optimaal te gebruiken. Het laatste kenteken (0p het moment van schrijven) is 8 – XZR – 82.

De volgende lettercombinaties zullen er als volgt uit gaan zien 2 letters – 3 cijfers – 1 letter en daarna 1 letter – 3 cijfers – 2 letters. Wanneer deze combinaties ingezet zullen gaan worden is nog niet bekend.

Vanaf 1 januari 1978 moeten alle nieuwe auto’s voorzien zijn van een gele refelcterende kentekenplaat.

 

2014-11-25 753bc kentekens geschiedenis

klik voor een tijdlijn van de kentekenplaat in Nederland

 

Categorieën
Achter het nieuws

Papyrustekst ontmaskert valsspelers tijdens antieke worstelspelen

Onderzoekers hebben in Egypte een papyrusfragment gevonden waarin een worstelaar akkoord gaat om voor een bedrag van 3.800 drachmen opzettelijk de wedstrijd te verliezen. Het contract is zelfs zo opgesteld dat wanneer een scheidsrechter lucht van de deal krijgt, de worstelaar een strafpremie van drie zilvertalenten (dat veel meer waard was dan het eerder genoemde bedrag) moest betalen. De wedstrijd vond plaats tijdens een reeks belangrijke regionale spelen ‘de Grote Antinoeade’ in Antionopis, een Hellenistische stad in Egypte.

Lees meer…

Voor meer informatie over ‘The Oxyrhynchus Papyri research’ klikt u hier.

Categorieën
Achter het nieuws Gezien in het nieuws

Ik ben wat later thuis – sta in de fluxus interclusio

Ik ben wat later thuis – sta in de fluxus interclusio. Morgen zal ik proberen het tempus maximae frequentiae te mijden. Zal ik even langs de taberna salsaria gaan op een placenta compressa mee te nemen voor vanavond? Salve!

Waarschijnlijk heeft u niet vaak een dergelijk bericht op de telefoon binnengekregen maar als het aan paus Benedictus XVI ligt zal dat niet lang meer gaan duren.

In navolging van zijn voorgangers Johannes XXIII en Paulus VI probeert nu ook Benedictus het Latijn nieuw leven in te blazen. De Paus heeft daarvoor een nieuwe opleiding opgericht met als doel: Pro Dei Amore Latinan Linguam Discite (Leer het Latijn voor de liefde van God).

Het stelt Benedictus namelijk teleur dat steeds meer kerkelijken binnen en buiten het Vaticaan geen kennis meer hebben van de oorspronkelijke kerkelijke taal. Sinds het Tweede Vaticaanse Concilie is het namelijk niet meer verplicht de mis in het Latijn op te dragen. De kennis van het Latijn heeft daar volgens het Vaticaanse staatshoofdzwaar onder geleden.

Het is overigens niet de bedoeling van de Paus dat iedereen de Latijnse taal zal leren spreken. De opleiding heeft voornamelijk het doel dat geestelijken de oude kerkelijke teksten in de originele vorm weer kunnen lezen. Dit denkt althans cultuurtheoloog Frank Bosman de Universiteit van Tilburg in het NTR-programma DichtbijNL. Beluister hieronder het geluidsfragment.

Maar zoals bekend is het Latijn een dode taal en daarom worden moderne woorden niet meer automatisch opgenomen. Daarvoor hadden ze in het Vaticaan al een oplossing: het verborum novatorum lexicum (het woordenboek der nieuwe woorden). Hierin vinden we woorden terug als frigorifero (koelkast), gelida sorbitio (ijsje), radiotelehorasis (televisie) en zelfs een venatio Africana (safari).

Of deze cursus er nu werkelijk aan zal bijdragen dat Latijn populairder zal worden dat is nog maar de vraag. Het is in ieder geval een klein stapje. En zoals Ovidius (wél klassiek Latijn dus) ooit schreef: Adde parvum parvo magnus acervus erit.

fluxus interclusio = file
tempus maximae frequentiae = spits
taberna salsaria = pizzaria
placenta compressa = pizza 

Categorieën
Achter het nieuws Gezien in het nieuws

De oudste geschiedenis van wat je dagelijks eet!

Kaas kwam waarschijnlijk voor het eerst voor in het Nabije Oosten in het Neolithicum. In het Neolithicum is immers de periode waarin landbouw werd uitgevonden, waardoor steeds meer volkeren hun traditie van jagen en verzamelen beëindigden en zich op één plaats begonnen te vestigen. Deze volkeren leefden vanaf dat moment niet meer van de jacht en van hetgeen dat ze tijdens het verzamelen hadden gevonden, maar van zelf verbouwde gewassen en van hetgeen dat het gedomesticeerde vee voortbracht.  Het melk dat boeren uit het Neolithicum verkregen van hun vee was waarschijnlijk in eerste instantie voor eigen gebruik bestemd. Er zijn echter ook bewijzen gevonden waaruit blijkt dat melk vervoerd werd en mogelijk voor handel gebruikt werd. Tijdens deze transporten is waarschijnlijk de kaas ontdekt. De melk werd in die periode namelijk vervoerd in de gedroogde organen van dit vee. Deze organen bevatten van nature stremsel dat op zijn beurt weer het enzym chymosine bevat. Wanneer chymosine bij een hoge temperatuur in aanraking komt met melk ontstaat er wrongel. Dit proces heeft plaats gevonden toen de melk door de woestijn vervoerd werd. De kaas die destijds ontstond was witkleurig en veel slapper dan onze tegenwoordige kazen, die eerst nog in een pekelbad worden gedompeld voordat het gegeten wordt.

Ook in Europa begon men al vroeg kaas te maken. Zowel de Minoïsche beschaving (circa 3300 tot 1450 v.Chr.) en de Myceense beschaving (circa 1400 tot 1100 v.Chr.) kenden al kaas en wisten ook hoe het gemaakt moest worden. Waarschijnlijk de oudste literaire verwijzing uit Europa naar het maken van kaas is afkomstig van de Griekse dichter Homeros. Zo schreef Homeros toen Odysseus tijdens zijn reis van de Trojaanse oorlog terug naar Ithaka aankwam bij het eiland van de Kyklopen het volgende1:

ἑζόμενος δ᾽ ἤμελγεν ὄις καὶ μηκάδας αἶγας, πάντα κατὰ μοῖραν, καὶ ὑπ᾽ ἔμβρυον ἧκεν ἑκάστῃ. αὐτίκα δ᾽ ἥμισυ μὲν θρέψας λευκοῖο γάλακτος πλεκτοῖς ἐν ταλάροισιν ἀμησάμενος κατέθηκεν ἥμισυ δ᾽ αὖτ᾽ ἔστησεν ἐν ἄγγεσιν, ὄφρα οἱ εἴη πίνειν αἰνυμένῳ καί οἱ ποτιδόρπιον εἴη.

“Hij ging zitten en molk de schapen en blatende geiten, alles naar behoren, en onder ieder plaatste hij een jong dier. Meteen nadat hij de helft van de witte melk had gestremd plaatste hij die in stevige gevlochten manden. De andere helft plaatste hij in vaten, opdat het er voor hem was om te drinken, wanneer hij ervan wilde nemen en opdat het voor hem nuttig was bij het eten”

Het was de dichter Pindaros (522 v.Chr. – 443 v.Chr.) die in een van zijn werken beschreef hoe de mensen aan de kennis van het maken van kaas was gekomen. Pindaros schreef dat de zoon van de Griekse god Apollo en Kyrene meteen na zijn geboorte werd afgestaan aan een groep nymfen. Zij gaven de jongen drie namen: Nomios, Argeus en Aristaios (het was uiteindelijk deze laatste naam waaronder hij later bij de Grieken bekend werd)  en voedde hem op. Hierbij leerde hij onder andere hoe hij olijfbomen moest verbouwen en bijenkorven moest maken, maar ook de kunst van het maken van melk. Toen Aristaios zelf volwassen was, leerde hij het vervolgens aan de mensen.

Ook bij de Romeinen werd kaas gegeten. De auteur Lucius Junius Columella schreef al in de eerste eeuw n.Chr. een groot werk over de Romeinse landbouw. Daarbij wijdt hij een heel hoofdstuk over het maken van kaas: De Caseo Faciendo 2

Toch zullen veel Nederlanders wanneer men denkt aan kaas niet snel denken aan Griekse en Romeinse wrongel. Waarschijnlijk denkt men meteen aan hetgeen wat elke ochtend op hun boterham ligt en aan de oude kazen die liggen te rijpen in traditionele pakhuizen. De geschiedenis van deze kaas dateert ongeveer uit de middeleeuwen. Maar ook ver daarvoor werd in Nederland al kaas gemaakt. Het was de Romeinse generaal en dictator Julius Caesar merkte in de eerste eeuw v.Chr. al op dat de Germanen in het gebied dat tegenwoordig Nederland heet niet leven van de akkerbouw, maar juist van datgene wat vandaag de dag nog door vele Nederlanders dagelijks wordt gegeten3:

<Germani> agriculturae non student, maiorque pars eorum victus in lacte, caseo, carne consistit

“De Germanen legden zich niet toe op akkerbouw, het grotere deel van hun voedsel bestond uit melk, kaas en vlees”

 

Met dank aan kaaskenner Vera Smith

__________

1 Homeros, Odysseia, 9.244 – 249
2 Columella, De Re Rustica, VII. 8
3 Caesar, De bello Gallico, VI. 22 

Categorieën
Achter het nieuws

Er is er één jarig, hoera, hoera

Wat hebben Rupert Grint, Emile Roemer en Inge de Bruijn gemeen? Alle drie vieren ze vandaag hun verjaardag. Bij verjaardagen denkt men meteen aan taart, cadeau’s en bosjes bloemen. Hoe zijn deze verjaardagen ontstaan?

In de prehistorie en de vroegste geschiedenis had de gewone mens nog geen tijdsbesef of kalender en werden verjaardagen dus niet gevierd. Sinds er kalenders zijn en er dus een mogelijkheid was om vast te stellen wanneer iemands verjaardag is, komen er mensen bij een op iemand verjaardag. Niet om feest te vieren, maar om duistere wezens weg te jagen door een hoop herrie te maken, op je verjaardag konden deze je immers het gemakkelijkst je meester worden. Vanaf wanneer verjaardagsfeesten werden gevierd is onduidelijk.

De Griekse geschiedschrijver Herodotos is waarschijnlijk één van de oudste bronnen die schrijft over verjaardagen. In zijn Historiën over de Perzische Oorlog Boek 1 passage 133 schreef Herodotos het volgende:

“Van alle dagen behoort ieder diegene het meest te eren, waarop hij geboren werd. Op deze dag zetten zij een veel rijkere maaltijd voor dan anders. De rijken onder hen laten een os, een paard, een kameel of een ezel in zijn geheel braden in een haard en eten dat op; de armen daarentegen eten het klein vee op”

Als je de Bijbel als bron voor geschiedenis zou mogen aannemen (hierover is immers een discussie gaande) vierden de Egyptenaren hun verjaardag ook al. In Genesis 40:20 staat het volgende geschreven over de farao van Egypte:

“And it came to pass the third day, which was Pharaoh’s birthday, that he made a feast unto all his servants…”

Ook in het Nieuwe Testament schrijft Mattheus over een verjaardag, namelijk de verjaardag van de tetrarch (vazalvorst van het Romeinse Rijk) Herodus Antipas:

“But when Herod’s birthday was kept, the daughter of Herodias danced before them and she pleased Herod.”

In het vervolg belooft Herodus aan de dochter van Herodias alles wat zij wil, waarop zij zegt dat ze het hoofd van Johannes de Doper wil hebben. Herodus gehoorzaamt daarop en de dood van Johannes de Doper was in feit dus te danken aan een verjaardagsfeestje.

Hoewel er dus ook in het gebied dat nu Israël heet verjaardagen gevierd werden was dat geen gewoonte in de hele wereld. De Romeinen vierden wel verjaardagen, maar hoe deze zijn ontstaan is ook onbekend. Waarschijnlijk werden eerst alleen de verjaardagen van goden gevierd, zoals bijvoorbeeld die van Mathras op 25 december, en hebben keizers en andere hoge burgers dit ritueel op den duur overgenomen, voordat ook de gewone burgers het overnamen.

De precieze oorsprong van het vieren van een verjaardag is dus onduidelijk. De Egyptenaren en de Persen vierden al verjaardagen en ook in de Romeinse wereld deden ze dat. Maar waarom we onze verjaardag zijn gaan vieren, en dus niet vreesden zoals de oudere volkeren dat deden, is niet bekend.

 

 

Categorieën
Achter het nieuws

Vrijzinnige vrouwen waakt tegen overheersching!

Nog drie weken en dan is het weer zover: we mogen gaan stemmen. Door het hele land wordt de aandacht van de weg en het verkeer weer afgeleid door de verkiezingsborden die de afgelopen weken hun egale achtergrond hebben ingewisseld voor een chaos aan verkiezingsaffiches.

In 1929 waren er ook Tweede Kamerverkiezingen en hoewel 1929 het jaar is van de wereldwijde beurskrach had dit geen invloed op de verkiezingen, omdat de verkiezingen eerder plaats vonden. Daarentegen leek het juist heel goed te gaan met de economie in de afgelopen jaren en waren het dan ook redelijk rustige verkiezingen. Al werd er natuurlijk niet minder moeite gedaan om zoveel mogelijk stemmers te krijgen.

De verkiezingen van 1929 kenden wel allemaal kleine incidenten. Zo werd de Communistische Partij Holland (CPH) voor één keer gesplitst door een intern conflict over een vertegenwoordiger van arbeiders in de Tweede Kamer. Voor de volgende verkiezingen greep de Internationale Comintern in en werd ervoor gezorgd dat de partij voortaan weer als één door kon gaan. Ook deed er eenmalig een nieuwe partij mee aan de verkiezingen. De Middenpartij voor Stad en Land was opgericht door de melkfabrikant Floris de Vos die met zijn deelname een tolheffing op de doorgaande weg tussen Amsterdam en het Gooi wilde voorkomen. De Vos behaalde met zijn partij uiteindelijk één zetel.

De grootste strijd bij de verkiezingen in 1929 vond plaats tussen de Rooms-Katholieke Staatspartij (RKSP) en de Sociaal Democratische Arbeiderspartij (SDAP). Beiden probeerden zij de grootste partij van Nederland te worden. Zo konden zij een coalitie leiden en Nederland vormen naar hun gedachte. Volgens de Vrijheidsbond was een overheersing van één van beiden partijen in Nederland niet wenselijk en kwamen zij met de volgende verkiezingsaffiche:

Het affiche laat een moeder zien met twee kinderen. Deze vrouw wordt als vrijzinnige vrouw opgeroepen om te voorkomen dat ofwel de katholieken danwel de socialisten een meerderheid krijgt in Nederland. De slogan van het verkiezingsaffiche geeft dit aan: Vrijzinnige vrouwen waakt tegen roode of zwarte overheersching. Boven het gezin staat een stembus waar aan de linkerkant de RKSP als reusachtige non wordt afgebeeld en aan de linkerkant de SDAP wordt afgebeeld als een vrouw met rode vlag (die enigszins doet denken aan de vrouw op het schilderij “Vrijheid leidt het volk” van Eugène Delacroix).

 

Bron: Huis voor democratie en rechtsstaat

 

 

Categorieën
Achter het nieuws

The Great Fire of London

Afgelopen zondag 12 augustus woedde er een grote brand in de Britse hoofstad Londen. Hoewel het vuur voor de avond weer onder controle was, moest de brandweer de hele nacht nog nablussen. Volgens de Londense brandweer ging het dan ook om de grootste brand in Londen in jaren. Echter, de grootste brand die Londen ooit getroffen heeft is natuurlijk The Great Fire van 1666 in The City Of London.

In de nacht van 2 september 1666 ontstond in de bakkerij van Thomas Farriner in Pudding Lane de grootste brand ooit in Londen. Farrinor, die de hofleverancier van koning Karel II was, zou na zijn werk vergeten zijn het vuur in de oven te doven. Het hout dat klaarstond als brandstof voor de volgende dag, zou vervolgens vlam hebben gevat. De Londense burgemeester zag het gevaar dat kon ontstaan als de vlammen oversloegen naar de houten huizen rondom de bakkerij niet in. Toen een sterke oostenwind ervoor zorgde dat het vuur daadwerkelijk de andere huizen bereikte die door de droogte van de afgelopen zomer gemakkelijk vlam vatte, kwam het optreden van de burgemeester te laat.

Enkele woningen en straten werden opgeblazen om in de zeer dichtbevolkte stad brandgangen te creeeren, maar dit had te weinig effect om de brand te stoppen. Er kon maar net worden voorkomen dat het vuur ook oversloeg naar het zuidelijke deel van de stad aan de andere kant van de Thames.

Na vier dagen doofde uiteindelijk het vuur dat nergens meer brandstof kon vinden. Naar schatting zijn ruim 13.000 woningen afgebrand en belangrijke historische gebouwen aan het noordelijke gedeelte van Londen, zoals de St. Paul´s Cathedral, werden verwoest. Bijna twee vierkante kilometer van The City Of London (dus niet Londen -> lees hier meer) lag in as.

Voor de Nederlanders kwam de brand niet ongewenst. In 1666 waren de Nederlanders namelijk in oorlog met de Engelsen in de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog. Een maand voor The Great Fire hadden de Engelsen de Nederlandse vloot bijna geheel verwoest in de Tweedaagse Zeeslag bij North Foreland. Veel Nederlanders hebben daarom verheugd geschreven over deze brand, zoals bijvoorbeeld Joannes Vollenhove in een gedicht:

“Hun brandkreet klinkt opeens heel anders
dan voorheen het schreeuwen
van uw triomffeest, zoo verheugt

om ’t jammren van den Nederlander

Bron: Brant van Londen door Joannes Vollenhoven

Na The Great Fire kregen de Nederlanders weer vat op de oorlog en vernederden zij heel Engeland door in de Tocht naar Chatham de HMS Royal Charles buit te maken. De Tweede Engels-Nederlandse Oorlog eindigde uiteindelijk op 31 juli 1667 met de Vrede van Breda.

Bron: www.geheugenvannederland.nl/?/nl./collectie/nederland_engeland

 

 

Categorieën
Achter het nieuws

Vrouwen en kinderen mogen niet eerst

Het afgelopen collegejaar hebben de twee Zweedse studenten Mikael Elinder en Oscar Erixson onderzoek gedaan naar de hoffelijkheid bij scheepsongelukken. De studenten van de Uppsala Universitet onderzochten achttien ongelukken met schepen over een periode van ruim 150 jaar: van het ongeluk met de HMS Birkenhead in 1852 op de Indische Oceaan tot de MV Bulgaria op de Wolga in Rusland. Zij probeerden met dit onderzoek erachter te komen of het idee van vrouwen en kinderen eerst en de kapitein verlaat als laatste het zinkend schip niet alleen nobele gedachten zijn, maar in de praktijk ook werkelijk plaatsvinden. Het onderzoek leidde uiteindelijk tot een opvallende conclusie.

De gemiddelde overlevingskans bij de scheepsongelukken toont aan dat deze gedachten mythe’s zijn. Zodra een schip een ongeluk krijgt blijken de overlevingskansen van bemanningsleden het hoogst te zijn (61%), gevolgd door dat van de kapitein van het schip zelf (44%). Van de opvarenden hebben mannen de hoogste kans om de ramp te overleven, maar deze is nog altijd kleiner dan die van de bemanningsleden (37%). Vrouwen en kinderen volgen uiteindelijk met respectievelijk 27% en 15%.

Survival rates of passengers and crew

Uit deze cijfers kan geconcludeerd worden dat het idee van vrouwen en kinderen eerst en de kapitein verlaat als laatste het zinkend schip in de realiteit niet opgaat. Hoewel dit dus de uitslag is van het onderzoek naar achttien ongelukken, blijkt het niet altijd zo te zijn. Bij het ongeluk van de HMS Birkenhead in 1852 bleken te weinig reddingsboten aanwezig te zijn. Deze werden vervolgens door Britse soldaten gevuld met mannen en vrouwen. De officieren die aan boord waren, bevolen de soldaten op het dek te blijven staan terwijl het schip zonk en verboden hen, wanneer ze in het water terecht kwamen, naar de reddingsboten toe te zwemmen.

Na dit ongeluk is waarschijnlijk ook het gezegde vrouwen en kinderen eerst ontstaan. Echter, na dit ongeluk was alleen bij de Titanic de overlevingskans van deze groep hoger dan dat van mannen en bemanningsleden.

De gegevens die gebruik zijn in dit artikel zijn afkomstig uit het onderzoek Every man for himself – Gender, norms and survival in maritime disasters door Mikael Elinder en Oscar Erixson van de Uppsala Universitet.

 

Categorieën
Achter het nieuws

De geschiedenis van de OS: de mythe van Pelops

De Olympische Spelen werden nieuw leven in geblazen door de Fransman Pierre de Coubertin. De oorsprong van de antieke Olympische Spelen is echter onbekend. Er zijn verschillende mythen die de oorsprong van het grootste sportevenement op aarde moeten verklaren. De meest bekende (en misschien wel meest waarschijnlijke) mythe over het ontstaan van de Olympische Spelen is de mythe van Pelops.

De mythe van Pelops begint bij zijn vader Tantalus. Tantalus was de zoon van de oppergod Zeus. Als koning van Lydië had hij veel macht en bezat hij veel rijkdommen. Hij was niet alleen in grote eer bij de mensen op aarde, maar ook bij de goden die de Olympus bewonen. Daarom mocht Tantalus deelnemen aan de maaltijden tussen de Olympische goden, op voorwaarde dat hij niemand iets zou vertellen over de gesprekken die tijdens deze maaltijden werden gevoerd. Deze eer werd Tantalus echter al snel te veel en hij verried de goddelijke geheimen aan de mensen op aarde, bij wie hij indruk wilde maken. Ook stal hij ambrozijn en nectar, de heilige spijzen en dranken, en nam ze mee naar de menselijke wereld. Zijn hoogmoed bereikte een hoogtepunt toen hij alle goden bij hem in zijn paleis uitnodigde en wilde testen of de goden werkelijk alwetend waren. Hij doodde zijn zoon Pelops en zette hem voor aan de goden. Alle goden hadden direct in de gaten wat hen werd voorgezet, behalve Demeter. Voor de maaltijd was  namelijk haar dochter Persephone ontvoerd naar de onderwereld door Hades. Verscheurd door verdriet at zij een stuk van zijn schouder. De overige goden waren woest en direct herstelden zij het lichaam van Pelops en de opgegeten schouder werd vervangen door een ivoren exemplaar.

De goden straften Tantalus met een verschrikkelijk straf. Hij werd in het midden van een vijver gezet waarvan het water kwam tot aan zijn kin. Telkens als hij naar voren boog om te drinken lieten de goden het water verdwijnen en wanneer hij wilde eten van de takken met vruchten die boven zijn hoofd hingen ontnam de wind hem een kans ze te pakken. Behalve een ontzettende honger en dorst hing er ook nog een gigantisch rotsblok boven zijn hoofd, die hem dreigde te doden. Tantalus’ zoon Pelops mocht mee naar de Olympos waar Poseidon hem leerde wagenrennen. Zeus was echter nog steeds kwaad op Tantalus en hij ontbood Pelops terug te keren naar de aarde.

Terug op aarde volgde hij zijn vader op als koning van Lydië. Op volwassen leeftijd ontmoette hij prinses Hippodameia. Haar vader koning Oenomaus van Pisa had een onheilspellende voorspelling gekregen. De toekomstige schoonzoon van zijn dochter Hippodameia zou namelijk zijn dood worden. Hij besloot daarom iedereen die naar de hand van Hippodameia dong uit te dagen voor een wagenrenwedstrijd. Twaalf mannen waren Pelops al voor gegaan en allen hadden van Oenomaus verloren. Omdat al twaalf mannen verloren hadden was hij bevreesd dat hij ook zou verliezen, en daarom niet zou kunnen trouwen met Hippodameia, bedacht hij een list.

Pelops overtuigde de wagenmenner van Oinomaus, Myrtilus, de zoon van Hermes, om de bronzen lunsen, waarmee de wielen werden bevestigd aan de wagen, te vervangen door lunzen van wax. In ruil hiervoor beloofde Pelops aan Myrtilus de helft van het koninkrijk van Oinomaus. Ondanks de lunzen van wax duurde de wedstrijd een lange tijd. Op een bepaald moment kreeg Oinomaus de mogelijkheid om Pelops te doden. Echter, precies op dat moment begaven de lunsen van Oinomaus het. De koning van Pisa werd vervolgens doodtrapt door zijn eigen paarden en Pelops had de wagenrenwedstrijd, en dus ook de hand van Hippodameia, gewonnen. Ter ere van deze overwinning zou volgens de overlevering Pelops de Olympische Spelen in leven hebben geroepen.

 

Categorieën
Achter het nieuws Gezien in het nieuws

De geschiedenis van de Caesar salad

In steeds meer restaurants kom je de Caesar salad tegen. Daarbij is vaak de herkomst van de naam een punt van discussie. Veel mensen denken dat het vernoemd is naar de Romeinse alleenheerser Julius Caesar, terwijl anderen juist weer denken dat het een Amerikaanse uitvinding is. De eerste opvatting is in zijn geheel fout. Voor de tweede valt wel iets te zeggen, maar is toch ook niet helemaal juist. De uitvinder van de Caesar salad en daarmee dus de naamgever is Caesar Cardini.

In 1896 werd in Italië in de buurt van het Lago Maggiore Caesar Cardini geboren. Na de Eerste Wereldoorlog vertrok hij samen met zijn broers Alessandro en Caudencio naar de Verenigde Staten. Samen met zijn broer Alessandro begon hij in de Mexicaanse Tijuana een aantal restaurants. Toen op 4 juli 1924 vanwege de Independence Day in de Verenigde Staten veel Amerikanen naar Tijuana gingen om feest te vieren, zette Caesar Cardini hen als voorgerecht in zijn restaurants Caesar’s Place de Caesar Salad voor.

De salade sloeg goed aan en werd snel populair in Hollywood. Maar snel ging men aanpassingen maken aan het oorspronkelijke recept, hoewel Cardini het daar niet mee eens was. Zo werd ansjovis toegevoegd en werd de originele Italiaanse olijfolie vervangen door goedkope olie. Cardini probeerde wel zijn saus te beschermen door er een patent op aan te vragen. Hierdoor bestaat de originele Cardini’s Original Caesar Dressing Mix nog steeds. De originele Caesar Salad vind je alleen bijna nergens meer.

 

Bron: van Dam, J. (2008), De dikke van Dam, Amsterdam: Nijgh & Van Ditmar