Categorieën
Actueel Moderne tijd

Het eerste verkiezingsdebat

Gisteren (26 augustus 2012) vond het eerste premiersdebat plaats op de Nederlandse televisie in aanloop naar de verkiezingen van 12 september. Volgens de Stichting KijkOnderzoek volgden een kleine 1,7 miljoen mensen het debat tussen de lijsttrekkers van de hoogst genoteerde partijen in de peilingen: Mark Rutte namens de VVD, Emile Roemer (SP), Geert Wilders (PVV) en Diederik Samson (PvdA).

Het eerste televisiedebat ooit vond plaats in de Verenigde Staten op 26 september 1960. Het debat tussen de republikeinse presidentskandidaat Richard Nixon en de democratische kandidaat John Fitzgerald Kennedy en trok bijna 80 miljoen kijkers.

 

Uiteindelijk verkozen de kijkers Kennedy tot winnaar van het debat, terwijl de kandidaten inhoudelijk onderling niet veel verschilden. Kennedy had zich voor het debat laten opmaken met make-up, terwijl Nixon dit juist weigerde. Achteraf kon geconcludeerd worden dat Nixon de macht van de camera had onderschat: door het gebruik van make-up maakte van Kennedy een charismatische man waar Nixon bleek bij afstak.

Na dit debat steeg Kennedy in de peilingen en Nixon probeerde zich te revancheren in de twee volgende debatten. Dit was echter tevergeefs. De indruk die Kennedy ten opzichte van Nixon in het eerste televisiedebat ter wereld heeft gemaakt is waarschijnlijk doorslaggevend geweest tijdens de verkiezingen in 1960. Hoewel Nixon in 26  staten gewonnen had (ten opzichte van de 22 waarin Kennedy had gewonnen) verloor hij de verkiezingen uiteindelijk op 0,2% van de stemmen. John F. Kennedy kon daarom Dwight Eisenhower opvolgen als president van de Verenigde Staten.

Hieronder kunt u het debat van 26 september 1960 tussen John. F. Kennedy en Richard Nixon terugkijken.

Categorieën
Gezien in het nieuws Vandaag in de geschiedenis

Laat mij binnen, ik breng nieuw licht!

Nederland mag op 12 september weer naar de stembus om de vertegenwoordigers van het land te kiezen. Daarom staan er weer door het hele land borden waarop de verkiezingsaffiches worden aangebracht. Alles met het doel om zoveel mogelijk mensen naar de stembus te krijgen en vooral op hun partij te laten stemmen.

In het eerste gedeelte van de negentiende eeuw regeerde Koning Willem II over Nederland. Omdat er in heel Europa revolutie’s en opstanden plaats vonden waarbij vaak staatshoofden werden gedood, besloot hij in 1848 dat er in Nederland een grondwetsherziening moest komen. Zo kon hij dergelijke opstanden in Nederland voorkomen. De commissie die deze taak moest uitvoeren, onder leiding van Johan Rudolph Thorbecke, zorgde ervoor dat de Tweede Kamer, Provinciale Staten en de gemeenteraden voortaan gekozen konden worden op grond van het censuskiesrecht. Dit hield in dat Nederlanders die een bepaald vermogen hadden en belasting betaalden mochten kiezen. Deze manier van kiezen zou duren tot 1887.

In 1887 werd een nieuwe grondwet aangenomen waren besloten werd dat alle mannen zowel het passieve- als het actieve kiesrecht kregen. Dit hield in dat alle Nederlandse mannen gekozen mochten worden en ook zelf mochten kiezen wie de vertegenwoordigers zouden worden in de Tweede Kamer. Vrouwen hadden echter nog geen rechten wat betreft vertegenwoordiging van het land. Daarom werd in 1894 de Vereninging voor Vrouwenkiesrecht (VVK) opgericht. Deze vereniging voerde propaganda met posters zoals de onderstaande:

Met posters als deze probeerde de VVK te laten zien dat vrouwen een nieuw licht brengen, omdat zij andere ideeën over politiek hebben dan mannen, en daarom een verrijking zouden zijn voor de politiek. Ook trokken in 1916 heel veel vrouwen de straat op in Den Haag om te demonstreren. Dit alles leidde uiteindelijk tot een wetsaanpassing in 1917: vrouwen kregen het passief kiesrecht. Bij de eerstvolgende verkiezingen bleek dit al een succesvolle zet te zijn. Suze Groeneweg, lid van de Sociaal Democratische Arbeiders Partij (SDAP) kwam door middel van voorkeursstemmen in de Tweede Kamer.

Toch mochten vrouwen nog steeds niet stemmen. Dit recht kregen ze pas toen in 1919 Tweede Kamer-lid en fractievoorzitter van de Vrijzinnig-Democratische Bond (VDB)   Hendrik Pieter Marchant daarvoor een wetsvoorstel indiende. Dit voorstel werd aangenomen en in 1919 kregen vrouwen ook actief kiesrecht. Bij de eerstvolgende verkiezingen, die in 1922, gingen vrouwen voor het eerst naar de stembus om zo hun stem uit te brengen voor kandidaten voor de Tweede Kamer.